De Roever

 Willem Paul De Roever

In 1985, bij het 50 jarig bestaan van het geologisch instituut van de UVA, herdacht De Roever zijn verblijf in Spanje van 1936.   waar hij toen veldwerk deed als 19 jarig student.
Daaruit de volgende citaten:

 "Het onderzoek in Zuid-Spanje, waar toen soms, zoals in mijn gebied, nauwelijks iets als een topografische kaart van bestond, betrof zeer grote gebieden: meer dan 500 vierkante kilometer was de regel. Daar werd onder primitieve omstandigheden gewerkt, natuurlijk zonder eigen vervoer, zodat men heel wat af te lopen had. Ik herinner me als langste voettocht 55 kilometer. Behoorlijke waterleidingen waren er niet. Vele bronnen - uit kalksteenspleten - hadden een slechte naam. De lokale electriciteitscentrale in Lubrín werd met amandeldoppen gestookt, de enige brandstof die men had; iedere avond maar een paar uur wat we noemden een gloeiende spijker. Wandluizen en vlooien, chinches en pulgas konden je 's nachts bij honderden tegelijk overvallen, zoals in mijn hoofdkwartier met de wijdse naam "Hotel del Carmen" in Lubrín en zoals me voor het eerst gebeurde tijdens mijn eerste Spaanse veldnacht ergens in het gebied van Dolf Patijn. Voeg bij dat laatste een flinke buikloop, veroorzaakt door een ontbijt van rijst met saffraan en schelpen in de trein benoorden Madrid, en U begrijpt, het kon nog alleen maar beter gaan de volgende dagen."

"Het veldwerk in Zuid-Spanje in 1936 werd na 2 maanden verstoord door het uitbreken van de Spaanse revolutie. Patijn en Jansen hadden toen hun laatste veldwerkcontrole al achter de rug en konden gewoon promoveren, maar voor Tappenbeck en mij was dat anders.
   Van Tappenbeck's belevenissen weet ik weinig, behalve dat hij enige weken gevangen heeft gezeten aan de witte zijde, later zijn grote politieke sympathie."

De Roever vervolgt zijn relaas over hoe hij in de eerste chaotische weken van de burgeroorlog Almería kon ontvluchten.

Hoewel hij later in 1940 op een tema in Nederlands Indië promoveerde, (Geological investigations in the southwestern Moetis region, (Netherlands Timor), waren De Roever's herinneringen aan de geologie van Lubrin en Zuid-Spanje doorslaggevend om daar wederom vanaf 1958 nieuw geologisch onderzoek te gaan doen. Daarbij heeft hij het over "Brouwers oude liefde" voor het gebied. Maar tot die tijd hadden Brouwer en het Geologisch Instituut blijkbaar niet overwogen om er  terug te keren, hetgeen mij doet afvragen in hoeverre Brouwer echt geïnteresseerd was in Spanje. Voor meer over het leven en baanbrekend werk van De Roever. lees de obituary geschreven door Frank Beunk.

Comments

Popular Posts