Nederlandse Geologen in Zuidoost Spanje deel 1

Nederlandse geologen in Zuidoost Spanje

1. Delftse mijnbouwkundige ingenieurs in Seron 1914-1968

In het laatste kwartaal van de 19e eeuw kon de Düsseldorfse handelsonderneming Wm. H. Müller & Co. zich in korte tijd ontwikkelen tot de belangrijkste ertshandelaar in het Ruhrgebied. Midden jaren 1880 toen Rotterdam het knooppunt van de handels- en de transportactiviteiten was geworden,  verplaatste Müller het hoofdkantoor van zijn onderneming naar deze havenstad. De kernactiviteit bleef de levering en vervoer van ertsen naar het Duitse achterland, maar nieuwe activiteiten werden toegevoegd zoals een cargadoors- en expeditiebedrijf en een rederij. De maatschappij, ook bekend onder de naam Wm H. Müller & Co's Erts- en Scheepvaartmaatschappij N.V., hield zich bezig met het internationale vervoer, overslag en doorvoerhandel van ertsen en granen. Naast schepen speciaal geschikt voor het vervoer van erts had zij verder enkele ertsmijnen in bezit. De latere directeur van het kapitaalkrachtige bedrijf, Anton Kröller, trouwde met de dochter van de stichter en hun namen zijn nog goed bekend in Nederland door het Museum Kröller-Müller.
Aan het eind van de negentiende eeuw had Müller & Co. zich diep genesteld in de handel, deels op commissie, in Spaans erts en werd daar naast handelaar ook mijneigenaar.

Youtube impressie van Müller en Co, 1927. Bron: Rotterdams Archief.

Aanvankelijk waren in Spanje de activiteiten voornamelijk geconcentreerd in Bilbao, maar uitputting van het ijzererts in dit district had als gevolg dat uitbreiding naar andere delen van Spanje plaatsvond 
In dat kader richtte Müller & Co. in 1911 de Sociedad Minera Cabarga San Miguel op (18) waar het zijn grootste ertsmijnen Cabarga bij Santander in de Noord-Spaanse kustregio Cantabrië inbracht en verder de mijn San Miguel bij het dorpje Serón in Alméria in het Zuid-Spaanse Andalusië. Evenals in Zweden richtte de Rotterdamse firma de onderneming zo in dat deze agent werd van de eigen mijnen. Even voor de Eerste Wereldoorlog controleerde Müller & Co. in Spanje een potentiële productie van 340.000 ton ijzererts per jaar. (18).

31 maart 1911. Nieuwe Courant. Kapitaal uitbreiding van Müller & Co met een investering van 2 miljoen gulden in het Menas gebied.

Administratief gezien was de San Miguel concessie een relatief kleine mijn binnen het Menas gebied, vernoemd naar de gelijknamige Coto Menas; de belangrijkste mijn in de regio. De ertsvoorkomens, werden destijds verdeeld over een veelvoud van kleine mijnbouwconcessies, voornamelijk gelegen binnen de gemeente Seron en de naburige gemeente Bacares. Beide gemeentes liggen in de noordrand van de Sierra de los Filabres, de lokale gebergteketen die deel uitmaakt van de Betische Cordilleren. 

Geologische kaart van Spanje. 1919. Omlijnd het Seron gebied in het zuiden.

De ijzerertsvoorkomens in de Sierra de los Filabres zijn voornamelijk geconcentreerd in onregelmatige massas in marmers in het hoogste niveau van de grofkristallijne metamorfe gesteenten die de kern van dit gebergte vormen. Meer uitzonderlijk zijn lokale concentraties in de overliggende breccieuze kalksteen en als subverticale gangen in de diepst ontsloten schisten. De marmers werden later in de jaren 60 van de vorige eeuw ingedeeld bij het Nevado-Filabride Complex en de breccieuze kalken bij het Alpujarride Complex. 

De onderneming Cabarga San Miguel was een relatieve nieuwkomer in het gebied. Voor 1911 was Müller & Co al actief geweest in dezelfde regio met de exploitatie van 1903 tot 1910 van de Cuevas Negras mijn in de naburige gemeente Bayarque.  De daarbij gebruikte kabelbaan werd doorverkocht aan een ander relatief klein bedrijf "Casa Grasset Hermanos" dat in de nabijgelegen Gran Coloso mijn werkte.
Het nieuwe kapitaal werd gebruikt voor een nieuwe kabelbaan met een grotere capaciteit(14) en het ontginnen van een aantal met proefboringen aangetoonde ertsvoorkomens. De grote investering was gericht op het concurreren met de twee andere grote bedrijven die al langer actief waren in het Menas gebied: het Engelse bedrijf "The Bacares Iron ore Mines limited"en het Belgische bedrijf "Mines et Chemins de Fer Bacares-Almeria et Extensions". Het Engelse bedrijf was voortgekomen uit de "Great Southern of Spain Railway Company Limited ", verantwoordelijk voor de spoorlijn die aan het eind van de 19e eeuw ten noorden van de Sierra de los Filabres was aangelegd. Het Belgische bedrijf had de belangrijke Menas mijn in concessie en als oorspronkelijk doel een alternatieve spoorlijn aan te leggen vanuit het mijnbouw gebied dwars door het Filabres gebergte naar de haven van de provinciehoofdstad Almería. Dit plan bleek niet haalbaar en het bedrijf zag zich genoodzaakt om haar ijzererts te verschepen via de kabelbaan en spoorlijn van de Engelse concurrent. Na 1915 werd het Belgische bedrijf geleidelijk aan overgenomen door Cabarga San Miguel waarmee het fuseerde in 1925. Na de tweede wereldoorlog nam Cabarga San Miguel ten slotte ook het nog resterende Engelse bedrijf over en werd zo uiteindelijk de enige explotant van het gehele Menas gebied.


Geologische kaart van het gebied rond Serón van Alfonse de Sierra, directeur van Cabarga San Miguel. 1915.

De veelzijdige en vakkundige Alfonso de Sierra y Yoldi was de eerste directeur van Cabarga San Miguel (onderneming in handen van Wm Muller en Co.)  van 1911 tot 1918. Al in 1915 publiceerde hij zijn "Reseña Geologica de la Sierra de los Filabres" met een geologische kaart van het gebied rond Serón. De ertsvoorkomens en kabelbanen voor het transport zijn in detail weergegeven. 

Mijnbouwkundig ingenieur CW van der Veen had na zijn afstuderen in Delft in 1906 verscheidene jaren in Argentinië en Bolivia gewerkt.(3)  Na een nieroperatie kwam hij in 1914 in dienst van Müller & Co. met het oog op een nieuwe veelbelovende mijnbouwconcessie in de Algarrobo-ertsvelden in het noorden van Chili (18), waar zijn talenkennis goed van pas zou komen. Vanwege een dwarsliggende mijnbouwmaatschappij in de nabije omgeving moesten de plannen worden uitgesteld en de Eerste Wereldoorlog maakte een abrupt einde aan de exploitatievoorbereidingen in Zuid-Amerika. Daardoor werd van der Veen in plaats van Chili naar Spanje gezonden, waar hij eerst bij Oviedo en vervolgens van 1914 tot 1916 in Seron werkzaam was in de concessie Coto San Miguel. 
C.W. van der Veen. M.i.

Van der Veen was niet de eerste Delftse mijnbouwkundig ingenieur die bij Müller ging werken. Pieter Degens (P.N. Degens, afgestudeerd in  1902) en L. Hupkes (Afgestudeerd 1904) gingen hem voor. Ook was hij niet de enige die in de Sierra de los Filabres in de omgeving van Seron kwam te werken; zowel J.C. Schagen van Soelen (1907) en C. Schouten (1917) waren beiden verbonden aan de Sociedad Hispano-Holandesa, verantwoordelijk voor de explotatie van de verder naar het westen gelegen Tesorero mijnen.

Gedurende zijn tweejarig verblijf in Spanje bezocht Van der Veen ook vele andere mijnen, maar zijn relatie met Coto Menas, Seron en Cabarga San Miguel zou echter van blijvende betekenis zijn voor de mijnbouw afdeling van de TH Delft gedurende meer dan 50 jaar. Vanaf 1916 werd van Van der Veen hoogleraar ertskunde in Delft. In de korte tijd van zijn hoogleraarschap ontplooide hij een bewonderenswaardige activiteit, waaronder het organiseren van een excursie naar Spanje in 1919, een land dat hij goed had leren kennen. De leiding van de excursie deelde hij met hoogleraar HA Brouwer. 

Professor H.A. Brouwer.

Brouwer behaalde de titel van mijningenieur in 1908 in Delft en promoveerde in 1910 bij Molengraaff op het proefschrift: "Oorsprong en samenstelling der Transvaalsche nepheliensyenieten'. Vervolgens werkte en studeerde hij een zestal jaren in Nederlands Indië. Begin 1918 volgde zijn benoeming tot hoogleraar in de historische geologie en palaeontologie aan de Technische Hogeschool te Delft. Destijds gaf hij al blijk van zijn grote belangstelling voor de structurele geologie. Argand's resultaten hadden hem in dit opzicht sterk gefascineerd. (8).


1919. Voorwoord van het verslag van de excursie naar Spanje door Zeijlmans van Emmichoven. Bron: Jaarboek Mijnbouwkundige vereeniging Delft, 1919.

Baanbrekend was de excursie naar Spanje van Delftse studenten van 29 juni tot 4 augustus 1919 onder leiding van CW van der Veen en HA Brouwer. Eén van de studenten, Zeijlmans van Emmichoven doet uitvoerig verslag in het Jaarboek Delft 1919. (1). De excursie gaat van noord naar zuid door Spanje, per trein, rijtuig en muilezel en eindigt in de mijnen bij Seron. Daarbij werd de volgende route aangehouden; Bilbao, Santander, Picos de Europa, Oviedo, Gijon, Almaden, Peñarroya, Jaen, Granada, Sierra Nevada, Almería, Cabo de Gata, Seron. Een van de dingen die opvalt in het verslag is dat het bestaan van dekbladen in de Zuidspaanse Betische Cordilleren alwel als zo goed als zeker werd aangenomen. In Seron was de kort daarvoor in Delft afgestudeerde WFC Engelbert van Bevervoorde reeds  werkzaam. 
Zeijlmans vertelt in het voorwoord van zijn latere proefschrift: "Als deelnemer aan deze excursie maakte ik toen voor het eerst kennis met de Sierra de los Filabres, welk gebied reeds dadelijk in hooge mate de belangstelling van Prof. Brouwer wekte. Dank zij de gastvrije uitnoodiging van van Bevervoorde, nog eenigen tijd bij hem door te brengen, was ik in de gelegenheid nader met dit gebergte kennis te maken. Samen maakten wij verschillende tochten door dit gebied en kwamen wij tot de conclusie dat, niettegenstaande het groote bezwaar van het gebrek aan goede topografische kaarten, dit terrein een interessant onderwerp voor een uitvoerige geologische studie zou vormen." (4).  

Seron en Delft omstreeks 1912.

Doordat door een samenloop van omstandigheden van der Veen in 1914 in Seron te werk werd gesteld, kon deze later tijdens de excursie van 1919 de interesse wekken van Brouwer en zijn leerlingen voor de Sierra de los Filabres. Het begin van het geologisch onderzoek in de Betische Cordilleren door Nederlandse geologen werd daarmee een feit.

Brouwer werd de promotor van 8 proefschriften over verschillende delen van Zuidoost Spanje, die elders in meer detail zullen worden besproken. Tevens was hij verantwoordelijk voor een zestal publikaties over de geologie van Zuid Spanje tussen 1924 en 1934. (Een klein aantal in vergelijking met zijn artikelen over indonesie en andere regios). Prof. Dr. Ing. Brouwer bleef aan als hoogleraar in Delft tot 1929, toen hij een aantrekkelijk aanbod kreeg om te gaan werken in Amsterdam.

Het is passend dat Zeijlmans van Emmichoven later in 1925 promoveerde op het Seron gebied, waarbij vooral de geologische structuur van de noord rand van de Sierra de los Filabres in detail werd beschreven. Een aantal karakteristieke geologische moeilijkheden van het gebied openbaarden zich al in het proefschrift en zijn honderd jaar later nog steeds problematisch te noemen.

Na zijn vroegtijdige dood in 1925 als gevolg van nierproblemen werd van der Veen's magna opus, MINERAGRAPHY AND ORE-DEPOSITION uitgegeven met een in memoriam geschreven door C. Schouten.



Vier Delftse mijnbouwingenieurs werkten voor langere tijd in de gemeente Seron als directeur van Cabarga San Miguel. Zij woonden in de directiewoning tussen de mijnwerkers in een nederzetting die uitgroeide tot een dorp op zichzelf, hoog in de bergen. Ze werden daarbij vergezeld door vrouw en kinderen die naar de lokale school gingen. De figuur van de directeur had een belangrijke status in het dorp waar ze een integraal deel uitmaakten van het gemeenschapsleven. Het Menas dorp lag op 1500m hoogte, ongeveer 15km ten zuiden van het eigenlijke Seron en kende op haar hoogtepunt meer dan 2000 inwoners, waarvan een deel op en neer reisde. Een eerste voor autos begaanbare weg werd pas in de jaren 50 aangelegd.


Delftse Mijnbouwkundige Ingenieurs die in Seron hebben gewerkt.

Ir. WFC Engelbert van Bevervoorde(1896-1969).  werkte en leefde in Seron als mijnbouwkundig ingenieur.  Hij was daar  al werkzaam kort na zijn afstuderen in 1919 tijdens de excursie van Van der Veen en Brouwer en Zeijlmans van Emmichoven. Hij was directeur Cabarga san Miguel van 1926 tot 1934. In 1935 deed hij onderzoek naar de economische mogelijkheden van ertsvoorkomens in Liberia, maar zijn vaste adress bleef Seron tot het uitbreken van de burgeroorlog in 1936. Tijdens zijn verblijf aldaar werden er twee kinderen geboren en kreeg hij de status van "Hijo Adoptivo" van Serón. Hij is een opvallende verschijning op oude fotos, herkenbaar aan heldere ogen en hoge kousen. (16). Kort na het uitbreken van de spaanse burgeroorlog keerde hij in october 1936 terug met familie naar Den Haag. Later was hij hoogleraar Economische geologie in Delft van 1951-1966.

1915. Eerste editie van Wegeners boek over het ontstaan der kontinenten gesigneerd door Ingenieur Engelbert van Bevervoorde (top). Discussies over dekbladen en Wegeners ideeën geven aan dat de geologische kennis van de Delftse geologen up to date was.

Studenten mijnbouwkunde aan de Universiteit van Delft konden praktisch werk doen in de mijnen van Seron. In de jaarboeken vinden we voorbeelden van 1935 (7) en 1947 (9). Het verslag in de 1947 editie van het jaarboek geeft een goede impressie van de werkzaamheden in het gebied. Opvallend is hier dat ondanks de Spaanse burgeroorlog en de Tweede Wereldoorlog de activiteiten van Muller en Co een zekere continuiteit ondergingen.

Voor dit laatste blijkt de markante Gerrit Blokhuis een belangrijke rol te hebben gespeeld.  Tijdens de burgeroorlog (werkzaam als directeur van de Sociedad Española de Explotaciones Mineras), trachtte hij zo goed mogelijk Müllers belangen te behouden, ondanks het feit dat hij in een kritieke situatie tussen twee fronten kwam te verkeren. Gedurende de 2e wereldoorlog bleef Ir. Blokhuis op verzoek van de Nederlandse regering in Spanje werkzaam. In samenwerking met het Müller kantoor te Londen kon de gehele ijzerertsproduktie van Müllers mijnen in de Provincie Almería naar Engeland in convooien worden verscheept.(10). Gerrit Blokhuis was directeur van Carbarga San Miguel van 1941 tot 1948. In zijn in memoriam vinden we een paar interesante anecdotes en verder zijn er uit zijn studietijd  gedichten bewaard en zijn verdediging van de Charleston; een dans die in de dertiger jaren van de 20e eeuw niet door iedereen als beschaafd werd ervaren. In 1969 werd hij onderscheiden als officier in de orde van Oranje Nassau.

In Memoriam van ir G.L. Blokhuis, geschreven door zijn opvolger ir G.M. Kramer. Nieuwsbrief KNGMG augustus 1986, No 7.


Gerard Kramer (G.M. Kramer) was directeur van Cabargo San Miguel van 1956-1963. Hij bleef emotioneel betrokken bij Seron en Menas en in een nieuwsbrief van het KNGMG vinden we een recensie van het eerste boekje uit 1988 (11) over de plaatselijke geschiedenis. Tevens doneerde hij later een serie foto's uit zijn tijd en van Ir. Engelbert van Bevervoorde.  Zijn brieven aan Seron en zijn nalatenschap aan het dorp zijn te zien in een fotoboek.(16).

Recensie van het boekje "La Mineria de Serón (1870-1970) door Miguel Reche, 1988"(11). De boekbespreking in de Nieuwsbrief van de KNGMG (13) is een goede beknopte samenvatting van de geschiedenis van het gebied, die tevens de blijvende betrokkenheid toont van Ir G.M. Kramer.


René S. Steensma (1929-2005) was de laatste directeur van  Cabarga-San Miguel van 1963-1968. Hij had de ondankbare taak om de sluiting van de Menas mijnen in goede banen te leiden. Vriendschap met de Amsterdamse fotograaf Bram Dons en familie had onder andere tot gevolg dat er vele fraaie fotos van de Menas mijnen werden gemaakt, die later zijn gepubliceerd in een fotoboek.(19) Hij prijkt op vele fotos in de mijnen als een lange man met bril. R.S. Steensma leefde later met zijn uitgebreide  familie in de Verenigde Staten.


Overzicht van het Menas dorp, kijkend naar het westen. Boven: omstreeks 1920-30, foto Juan Antonio Aviles, Colleccion Emilio Herrero Perez. Onder: In de actualiteit, 2025.


Na 1968 werden de mijnbouwinstalaties ontmanteld en het Menas dorp verlaten. De resterende gebouwen raakten in verval en werden geplunderd. Grondige herbebossing veranderde het aanzicht van het kale berglandschap. In de jaren 80 en 90 kwamen er geleidelijk initiatieven op gang tot het behoud van de in ruineuze staat verkerende gebouwen. Sindsdien zijn er vele studies en fotoboeken gepubliceerd over de plaatselijke geschiedenis van de mijnbouw en de bevolking. Met steun van de regionale overheid opende in 1999 een hotel en apartamentencomplex in het voormalige mijnwerkersdorp. Dit bleek echter te hoog gegrepen en sinds de sluiting in 2013 is er een constante dreiging van een tweede verloedering van de gerestaureerde panden, die van tijd tot tijd wordt afgewenteld met beperkte subsidies en projecten. Op dit moment is er een kleine camping en zijn er een aantal bungalows te huur in afwachting van nieuwe bestemmingen en geldschieters. 

De directiewoning kort na restauratie.



 Bronvermelding en verder lezen: 


(1) Jaarboek van de mijnbouwkundige vereeniging te Delft 1919_1920 (with Excursion)

(2) Van Der Veen. Origin of the Bilbao, Almeria and Santander iron ores.(Econ. Geol., Vol. XVII, 1922, p. 602.)

(3) Van Der Veen. Mineragraphy and Ore Deposition 1925. G. Naeff, The Hague. (With Biography).

(4) Zeijlmans van Emmichoven, CPA. Geologische onderzoekingen in de Sierra de los Filabres (Provincie Almeria» Spanje). 1925 thesis TH Delft

(5) Jaarboek van de mijnbouwkundige vereeniging te Delft 1923_1926 (met in memoriam Van Der Veen)

(6) Jaarboek van de mijnbouwkundige vereeniging te Delft 1929_1930  (met aftreden Brouwer)

(7) jaarboek van de mijnbouwkundige vereeniging te Delft 1935_1936  (practisch werk in filabres summary ertsen in Menas p210)

(8) Proceedings of the Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences (KNAW) 1973. Levensbericht van Hendrik Albertus Brouwer (1886 - 1973) door W. P. de Roever.

(9) Jaarboek van de mijnbouwkundige vereeniging te Delft 1947_1948 (practisch werken in een
 ijzermijn in Zuid Spanje)

(10) Nieuwsbrief van de Koninklijke Nederlands Geologisch Mijnbouwkundig Gemeenschap, 1986, 7. (In memoriam G.L. Blokhuis door Ir Kramer).


(11) La mineria de Seron. Menas. 1870-1970. Miguel Reche Sanchez.  Instituto de estudios Almerienses. 1988.

  (12)  La Mineria Almeriense Contemporanea (1800-1930).  Miguel Angel Perez de Perceval, Zejel editores, 1989. (Geschiedenis van de Mijnbouw in Almería met uitgebreide statistieken).





(13) Nieuwsbrief van de Koninklijke Nederlands Geologisch Mijnbouwkundig Gemeenschap, 1990, 2. (Boekbespreking (11) door Ir Kramer).


(14) Trenes, cables y Minas de Almería. Jose Antonio Gomez martinez y Jose Vicente Coves Navarro. Instituto de estudios Almerienses, 2000.



(15) Almería Insolita. El legado fotográfico de Gustavo Gillman, 1889-1922. juan Grima Cervantes en Juan Roberto Gillman Mellado. Arráez Editores 2010. (Foto's van de jaren 1890-1912 van The Great Southern of Spain Railway Company Ltd, The Bacres Iron Ore Mines Ltd. en de rest van Zuidoost Spanje).



(16) Las Menas. Una mirada al mundo minero (1915-1968) Fondo fotografico Emilio Herrero.  Juan Grima Cervantes en Juan Torreblanca Martinez. Arraez editores 2011. (Foto´s van de jaren 1920-1930 met Ir Engelbert van Bevervoorde en 1950-1960 met Ir Kramer. Tevens een korte briefwisseling van Ir kramer met de schrijvers).




(17) Las Menas de Serón.Fotografías de Ramon de Torres, 1915-1916. Coleccion fotografica familia Cervantes Parrega. Juan Grima Cervantes, Juan Torreblanca Martinez, Angeles Cervantes Alarcon. Arraez Editores, 2013.
(Foto's van  de jaren 1915-1916 van Compagnie des Mines et Chemins de Fer Bacares-Almeria et Extensions)


(18) Havenbaronnen en Ruhrbonzen. Oorsprong van een wederzijdse afhankelijkheidsrelatie tussen Rotterdam en het Ruhrgebied 1870 - 1914. Joep Schenk. Thesis Erasmus Universiteit Rotterdam, 2015.


(19) Historia y Memoria de la Cuenca Minera de Serón-Bacares. Juan Torreblanca Martinez. Arraez Editores, 2018. (Uitgebreide geschiedenis en grote verzameling informatie en foto's van het gebied en Ir Steensma, tot 1968).





(20) Tecnoparador. Minas y Metales de Almeria Web met gedetailleerde informatie over de mijnen van Seron-Bacares en plugins in Google Earth.

Comments

Popular Posts