Banting

Antony Hendrik Banting

De schrijvers van de geschiedenis van het Geologisch Instuut enigszinds kennende, dacht ik dat de anekdote over Banting's binnendringen in het Paleis op de Dam in 1930 wel sterk zou zijn overdreven, maar  tientallen kranten van mei tot juni 1930 bevestigen het verhaal. 

Een bericht over Banting beslaat bijna een halve pagina van de Sneeker Courant (Bron: Delpher).

Hoewel Banting vanwege zijn dronken wandaden werd geschorst in Delft, vervolgde hij met geologie in Amsterdam en publiceerde slechts 3 jaar later twee artikelen over de Zuid-Spaanse Geologie.

Deze interesante en ambitieuze publikaties van Banting uit 1933 bevestigen dat we hier van doen hebben met een "maverick". 

Als pre-doctoraal geologisch student presenteerde hij in zijn eerste publikatie in Proceedings van KNAW een gigantische foldnappe struktuur in de Alpujarras ten zuiden van de Sierra Nevada: Sur le Pli-nappe de Lujar-Gador (Cordillères Bétiques), Proc. Kon. Ned. Acad. v. Wetensch., XXXVI, 98-106 (1933a). Zijn benadering was misschien wat al te enthousiast. Brouwer had melding gemaakt van grote noord-vergente plooien in de Alpujarras, maar had moeite om duidelijke grote dekbladstrukturen ook daadwerkelijk te vinden. Het foldnappe idee werd pas weer opgepakt in de jaren 80 door Platt en als we de beperkte middelen waarover Banting beschikte in aanmerking nemen, had hij een vooruitziende blik.

 

Banting's profielen (1933, in zwart-wit), geprojecteerd op de Geologische kaart van het gebied tussen Almuñecar en Balanegra ten zuiden van de Sierra Nevada. De gekleurde profielen zijn uit Williams & Platt (2018). Ondanks de verschillen zijn opzet en visie van de grote liggende plooistrukturen vergelijkbaar. 


Tegelijkertijd waagde Banting zich aan de publikatie van een kompleet overzicht van de bouw van de Betische Zone in de Geologische Rundschau: Der Bau der Betischen Kordillere und ihre Stellung im Mediterranen Orogen. Geol. Rundschau, XXIV, 311-319 (1933b). Een moeilijk punt in deze publikatie is de theorie dat de dekblad stapeling al in het Mesozoikum zou hebben plaatsgevonden. Dit in verband met het idee dat de zogenaamde Conglomeratische Mergels van stratigrafische aard zouden zijn.   Het Alpiene karakter van de Betische Zone wordt echter door bijna niemand betwijfeld. De controverse tussen een tektonische of stratigrafische oorsprong van de conglomeratische mergel gesteenten zou later nog vele problemen geven; onder andere aan Puga en Diaz de Federico, Leine en Orozco. Brouwer had al in 1926 gekozen voor een tektonische oorsprong.


Fragment uit banting's artikel in Geologische Rundschau, waarin hij pleit voor een Mesozoische ouderdom van dekbladen in de Betisch zone.


Ik kan me voorstellen dat Hoogleraar H. A. Brouwer niet echt gecharmeerd was van het ambitieuze werk van de student A. H. Banting. Brouwer's laatste publikatie over de Betische zone uit het volgende jaar, 1934, toont een aantal minder spektakulaire noord-vergente plooien in de zogenaamde "Penninische" zone (het latere Nevado-Filabride Complex). 

Banting deed zijn doctoraal examen in 1936 en trouwde een jaar later met de dochter van John Rädecker, de ontwerper van het nationaal Monumento op de Dam. Banting's naam blijft op die manier dubbel verbonden met het Damplein in Amsterdam.


Comments

Popular Posts